piano vingerzetting leren

Hoe leer je juiste vingerzetting tijdens pianoles?

We leggen in eenvoudige stappen uit hoe een duidelijke nummering van je vingers en een ontspannen houding je spel meteen stabieler maken.

Inhoudsopgave

Elke vinger heeft een nummer: duim = 1, wijs = 2, middel = 3, ring = 4 en pink = 5. Met een neutrale pols en een lichte vingerboog verminder je spanning.

🎵 Start vandaag met muziekles

Denk aan een onzichtbare bal in je hand boven de toetsen; dat beeld helpt je ontspannen te blijven en nauwkeuriger te spelen.

We tonen ook praktische zaken: een juiste zithoogte, ellebogen iets boven het klavier en een rechte rug helpen blessures voorkomen.

Tijdens de pianoles leer je bewuste keuzes maken voor vingerzetting, zodat je met beide handen vloeiender beweegt.

Wat je nodig hebt: een metronoom, bladmuziek met voorgestelde vingerzettingen en een comfortabele krukinstelling.

Tot slot geven we korte, concrete tips en meetbare doelen per oefensessie, zodat je stap voor stap meer controle en vertrouwen krijgt.

Waarom juiste vingerzetting je pianospel maakt of breekt

Een correcte vingerpositie bepaalt vaak of een stuk soepel klinkt of stroef blijft. Goede plaatsing houdt polsen recht en vingers licht gebogen. Dat vermindert het risico op peesontstekingen en carpaletunnelsyndroom.

Efficiëntie ontstaat door minder onnodige beweging. Minder beweging geeft vloeiendere en snellere passages. Zo klinken je noten constanter en zijn fraseringen netter.

“Korte pauzes en lichte rekoefeningen voor handen en polsen sparen energie en verminderen blessures.”

  • Klank en precisie: goede vingerplaatsing verbetert aanslag en toon.
  • Blessurepreventie: stabiele hand en handpositie beperken overbelasting.
  • Techniek en beweging: gerichte techniek minimaliseert onnodige beweging en spaart tijd.

Structuur voor oefentijd helpt: korte blokken, bewuste herhalingen en tussentijdse checks. Raadpleeg betrouwbare websites voor meer over ergonomie en blessurepreventie.

Luisterend oefenen is effectief: speel traag, controleer legato-lijnen en let op balans tussen linker- en rechterhand. Zo evalueren zowel beginnende als gevorderde pianisten hun tempo, aanslag en foutloze vingerwissels.

De basis: handhouding, vingerboog en ontspanning aan de piano

Een stabiele startpositie bepaalt hoe soepel je vingers over de toetsen glijden. Vanuit deze basis bereik je betere controle over de tonen en frasering. Zit rechtop met losse schouders; zo blijf je vrij in beweging.

Neutrale pols en “onzichtbare bal” boven de toetsen

Houd je pols neutraal en je vingergewrichten licht gebogen. Denk aan een onzichtbare bal in je hand; hierdoor krijgt je duim ruimte zonder te veel te drukken.

Raak de toets met de vingertop en laat de hele hand soepel meebewegen. Een losse pols verzacht de overgangen en voorkomt spanning.

Schouder- en zithouding: krukhoogte, ellebooglijn en rug

Zorg dat je kruk zo staat dat je ellebogen iets boven het klavier komen. Zo hangt je hand ontspannen boven het instrument en blijft je rug neutraal.

  • Check: schouders los, pols vrij, pink niet ingezakt.
  • Micro‑ontspanning: neem korte pauzes tussen frasen om spanning weg te laten vloeien.
  • Routine: zitpositie check, handplaatsing check, drie ademhalingen — pas dan spelen.

“Kleine aanpassingen in houding schelen vaak meer dan uren oefenen met slechte positie.”

Wat is vingerzetting en hoe werkt de nummering van je vingers

Een duidelijke nummering maakt het kiezen van vingers voor elke passage voorspelbaar. Vingerzetting is de geplande toewijzing van vingers aan specifieke toetsen. Zo speel je passages vloeiend en consistent.

Duim tot pink: 1 t/m 5 voor beide handen

De nummers zijn eenvoudig: duim = 1, wijs = 2, middel = 3, ring = 4 en pink = 5. Deze notatie staat in bladmuziek en geldt voor zowel rechterhand als linkerhand.

  • Waarom hetzelfde nummer: het maakt aanwijzingen eenduidig voor beide handen.
  • Train middelvinger en ringvinger: deze vingers hebben vaak minder onafhankelijkheid en verdienen gerichte oefeningen.
  • Vooruit denken: bepaal eerst de plaats, plan wissels en beperk sprongen.

Wanneer aanpassen? Bij grote intervallen, positie‑wissels of speciale frasering kies je een alternatieve vingeropzet.

“Markeer lastige plekken in de partituur zodat je tijdens oefenen steeds dezelfde keuze maakt.”

Kort checklist: houd duimen vrij voor soepele wissels, hou vingers dicht bij de toetsen, en herplan als iets onhandig voelt.

Vier richtlijnen voor vingerzettingen bij toonladders

Toonladders vragen om een vaste logica in de keuze van fingers en overzetten. Met duidelijke regels speel je vlotter en bouw je techniek op zonder onnodig aanpassen later.

Duimen op wit, lange vingers op zwart

Waarom duimen op witte toetsen blijven: de duim is korter en past technisch beter bij de iets lagere witte toetsen. Zo voorkomen je haperingen bij duimonderzet.

Startvingers vanaf witte en zwarte toetsen

Bij een start op wit begint de rechterhand vaak met 1 en de linkerhand met 5. Start je vanaf zwart, kies dan meestal rechterhand 2 of 3 en linkerhand 3 of 4.

Over 1 én 2 octaven denken

Oefen eerst één octaaf, dan twee. Plán vingerzettingen die werken over meerdere octaven, zodat je minder hoeft te wijzigen tijdens snelle passages.

Praktische tips:

  • Bereid toetsen met een lichte hover-positie van je vingers zodat wissels soepel verlopen.
  • Gebruik duimonderzet en vinger-over om gelijkmatige beweging door de toonladder te houden.
  • Herhaal rustig met focus op dezelfde manier per toonladder; dat bouwt spiergeheugen op.

Stapsgewijs je handpositie aanleren

Zet je lichaam klaar met een korte ademhaling vóór je de toetsen raakt. Begin ontspannen: voeten plat, schouders los en een rustige ademhaling. Dit vermindert spanning en maakt het gemakkelijker om de juiste plaats voor je handen te vinden.

Ontspannen startpositie en ademhaling

We starten met een korte ademroutine: drie rustige in- en uitademingen. Voel hoe armen en handen zacht worden. Dit is de eerste stap voor gecontroleerd spel op het instrument.

Plaatsing van duim en vingertoppen op de toetsen

Zet vingertoppen licht gebogen neer en leg de duim aan de zijkant van de toets, zonder te drukken. Laat de vingertoppen dicht bij de toets blijven zodat je snel kunt reageren op volgende noten.

Losse pols en vloeiende handbeweging

Beweeg de hele hand mee, niet alleen de vingers. Houd de pols soepel zodat de beweging natuurlijk en niet hoekig klinkt. Werk met korte micro‑oefeningen: neerzetten, vasthouden, loslaten en verbinden.

  • Ademroutine voordat je begint.
  • Stap voor stap vingertoppen en duim neerzetten.
  • Micro‑oefeningen om plaats en druk te voelen.
  • Controleer: armen rusten, handen vrij, gelijkmatige klank.

“Herhaal eenvoudige patronen dagelijks tot de positie automatisch aanvoelt.”

We adviseren korte, gerichte oefeningen die beweging van hand tot hand verbeteren. Zo bouw je rustige techniek op en groeit je vertrouwen bij het spelen van de piano.

piano vingerzetting leren: een praktisch stappenplan

Een concreet stappenplan brengt orde in je oefenroutine en versnelt vooruitgang. We geven heldere stappen die je direct kunt toepassen tijdens oefeningen. Volg ze rustig en consequent.

Basisposities automatiseren

Begin met korte herhalingen van basisposities. Herhaal steeds dezelfde handvorm en let op de vingerboog.

Oefen eerst per hand: speel rustig en luister of de klank constant blijft bij zowel linkerhand als rechterhand.

Toonladders opbouwen: C‑majeur eerst

Start met C‑majeur omdat er geen zwarte toetsen zijn. Gebruik deze vingerzetting:

  • 1 octaaf — LH: 5-4-3-2-1-3-2-1; RH: 1-2-3-1-2-3-4-5
  • 2 octaven — LH: 5-4-3-2-1-3-2-1-4-3-2-1-3-2-1; RH: 1-2-3-1-2-3-4-1-2-3-1-2-3-4-5

Oefen handen apart en luister naar gelijkmatigheid in volume, tempo en ritme.

Van langzaam naar sneller met metronoom

Begin traag op de metronoom. Verhoog snelheid pas na drie foutloze herhalingen.

Focus op regelmaat en zuiverheid, niet op snelheid. Zo bouw je controle op zonder spanning.

Vingerzettingen toepassen in eenvoudige stukjes

Gebruik korte melodieën om de gekozen opzet meteen toe te passen. Kies herkenbare stukjes van acht maten.

Controleer elke stap: pols los, ademhaling rustig, voorbereiding van volgende tonen klaar.

“Werk stap voor stap: automatiseren van de basis geeft meer vrijheid bij complexere passages.”

  • Mini‑checklist: klank egaal, beweging vloeiend, vingerzetting consistent, tempo passend.

Toonladders spelen: C‑majeur vingerzetting voor 1 en 2 octaven

Begin met één octaaf en bouw rustig uit naar twee; zo ontwikkel je controle. Oefen eerst de toonladder los en helder. Gebruik de aangegeven vingerzetting precies.

Rechterhand en linkerhand apart oefenen

Rechterhand 1 octaaf: 1-2-3-1-2-3-4-5. Linkerhand 1 octaaf: 5-4-3-2-1-3-2-1.

Speel langzaam met metronoom. Zo train je de duimonderzet en hoor je of noten gelijk klinken.

Van 1 naar 2 octaven: duimwissel en afronding

Voor 2 octaven gebruik je RH: 1-2-3-1-2-3-4-1-2-3-1-2-3-4-5. LH: 5-4-3-2-1-3-2-1-4-3-2-1-3-2-1.

Let op: rond rechts af op vinger 1 bij een witte start. Dat maakt doorgang naar langere toonladders mogelijk.

Oefenstap Focus Resultaat
Handen apart duimwissel, ritme stabiele wissels
Probleemisolatie korte secties vloeiende verbinding
Twee octaven afronden met 1 uitbreidbare techniek

“Werk langzaam en controleer elke noot; gelijkmatige klank geeft meer zekerheid dan snelheid.”

  • Houd vingers dicht boven de toetsen.
  • Gebruik metronoom op laag tempo.
  • Controleer dat elke noot even luid en zuiver klinkt.

Beide handen ontwikkelen: tegenbeweging en parallel

Samen spelen met beide handen vraagt gerichte oefening in symmetrie en onafhankelijkheid.

Tegenbeweging benut symmetrie: plaats beide duimen op midden‑C en wissel 1 met 1, 2 met 2 en 3 met 3. Dit geeft voorspelbare momenten voor gelijke wissels en bouwt zekerheid in je techniek.

Symmetrische vingerwissels

Begin langzaam en benoem elk wisselmoment hardop. Zo hoor je of rechterhand en linkerhand echt gelijk lopen.

Asynchrone wissels en coördinatie

Parallel spelen betekent dat de handen dezelfde kant op bewegen, maar wissels niet tegelijk vallen. Dat vraagt extra timing en onafhankelijkheid van je vingers.

  • Start op midden‑C met beide duimen en markeer wissels.
  • Werk in korte blokken; verhoog de snelheid pas na drie foutloze herhalingen.
  • Let op vingerboog en pinkstabiliteit zodat de klank aan de buitenkant van de hand niet inzakt.
  • Varieer bereik en raak toetsen met minimale extra beweging.

Wil je meer gestructureerde oefeningen? Probeer de basisoefeningen als vervolg op deze oefening.

“Symmetrie bouwt vertrouwen; asynchroniteit traint onafhankelijkheid.”

Techniek variëren: articulatie, ritme, volume en tempo

Variatie in articulatie en ritme geeft je techniek meer kleur en controle. Werk bewust met korte en gebonden noten zodat je aanslag flexibel wordt.

Articulatie: staccato, legato, portato

Oefen staccato als korte, losse noten. Speel legato als verbonden frasen. Gebruik portato als middenweg voor subtiele frasering.

Tip: wissel per oefenblok zodat je niet alleen legato automatiseert maar ook precisie in korte aanslagen.

Ritme: kwart, achtste, triolen en zestienden

Begin met kwartnoten, breid uit naar achtste, triolen en zestienden. Houd een stabiele puls en verander pas het ritme als het foutloos klinkt.

Combineer linkerhand en rechterhand met verschillende ritmes om onafhankelijkheid te trainen.

Dynamics en tempo-opbouw met metronoom

Plan crescendo, decrescendo en wissel forte en piano binnen toonladders en akkoorden. Bouw tempo op in kleine stappen met de metronoom.

  • We plannen articulatievariaties per oefening.
  • Ritme: rustig opbouwen—kwart → achtste → triolen → zestienden.
  • Combinaties voor beide handen vergroten coördinatie tussen linkerhand en rechterhand.
  • Gebruik korte oefensets en wissel patronen zodat spieren herstellen en focus blijft.

“Speel dynamische bogen en ritmewissels in korte blokken; dat maakt technische vooruitgang muzikaal.”

Akkoorden, arpeggio’s en octaven: vingerzetting buiten toonladders

Slimme vingerplaatsing maakt akkoordwissels vloeiend en voorspelbaar. Akkoorden vragen een strategische keuze van vingers zodat omkeringen soepel verlopen. We bereiden je hand stap voor stap voor op praktisch gebruik tijdens repertoire.

Efficiënt grijpen van akkoorden en spelen van arpeggio’s

Bereid spelen akkoorden voor door vaste vingerkeuzes te markeren in de partituur. Gebruik korte handverplaatsingen en plaats de duim op wit, lange vingers op zwart waar dat helpt.

Luisterdoel: elke noot in een akkoord evenwichtig en zonder hapering.

Octaven en trillers: ontspannen kracht en controle

Speel octaven met een losse pols en compacte hand. Laat gewicht, niet spanning, de aanslag leveren. Voor trillers oefen je snelle, lichte wissels tussen twee vingers.

Tip: verbind akkoordbrekingen en arpeggio’s met toonladders zodat techniek één samenhangend systeem wordt.

Oefenpunt Techniek Luisterdoel
Akkoordomkering consistente vingerkeuze evenwichtige noten
Arpeggio duim op wit, minimale handverplaatsing vloeiende arpeggio zonder hapering
Octaven & trillers losse pols, compacte hand ronde, controleerbare aanslag

Veelvoorkomende fouten in handpositie en hoe je ze corrigeert

Een platte hand beperkt snelheid en expressie bij elke passage. Dit komt vaak voor bij beginners. Platte vingers houden de vingergewrichten stijf en beperken bereik.

Te platte hand en stijve pols

Herken signalen: contact vlak, kramp in de hand, ongelijkmatige klank. Herstel meteen de vingerboog door vingertoppen licht gebogen te zetten.

Oefening: kleine schommelingen met de pols boven de toets; dit maakt de pols los en vermindert spanning.

Verkeerde duimdoorzet bij toonladders

Een te vroege of te late duimdoorzet veroorzaakt haperingen in een toonladder. Laat de duim soepel onder de hand glijden, niet haken.

  • Isolatie‑oefening: speel de wissel langzaam en herhaal tot klank gelijk blijft.
  • Neem video-opname van bovenaf om handhoogte en contact te controleren.
  • Pas correcties toe met beide handen zodat het patroon consistent wordt.

Tips: begin langzaam, markeer lastige plekken en bouw tempo pas op bij gelijkmatige klank.

Veelvoorkomende fouten in vingerzetting en hoe je ze voorkomt

Een vaak over het hoofd gezien probleem is dat vingers simpelweg niet actief genoeg worden gebruikt. Dit merk je vooral bij snelle loopjes en wissels.

Veel spelers negeren de pink en de ringvinger. Daardoor ontbreken balans en kracht. We adviseren gerichte drills (bijv. Hanon) om deze vingers op te bouwen. Plan korte, herhaalde blokken van drie tot vijf minuten per dag.

A close-up view of a pianist's hands playing the piano, capturing several common fingering mistakes. The foreground focuses on the fingers, showing incorrect hand positioning, overlapping fingers, and unnatural finger movements. The middle ground provides a sense of depth, with the piano keys visible in the background, emphasizing the context of the fingering errors. The lighting is soft and diffused, creating a contemplative mood, while the composition emphasizes the technical aspects of the subject matter. The overall tone is one of educational analysis, guiding the viewer to understand the nuances of proper fingering technique.

Pink en ringvinger activeren

Waarom trainen? Deze vingers zijn zwakker maar even belangrijk voor vloeiende frasen. Werk met kleine stapdoelen: eerst gecontroleerde achtsten, daarna snellere secties.

Vingers overslaan en slechte voorbereiding

Overslaan ontstaat vaak door te weinig voorbereiding van de handpositie. Markeer vingerzettingen in de partituur en speel de lastige maten apart.

  • Noteer vaste vingerzettingen bij lastige plekken.
  • Herhaal maten gericht tijdens de pianoles, niet alleen het hele stuk.
  • Zorg dat zowel pink als ringregelmatig meedoen; train beide handen gelijk.
Probleem Actie Resultaat
Pink zwak Hanon‑drills, 5 min/dag meer kracht en controle
Vinger overslaan Partituur markeren en isoleren minder fouten in tempo
Ongeplande wissels stap voor stap oefenen consistente juiste vingerzetting

“Markeer lastige plekken en werk ze kort en vaak — dat spaart tijd en voorkomt frustratie.”

Checklist: voorbereiding zichtbaar, pink betrokken, beide handen gelijk behandeld.

Een effectief oefenplan voor beginners en gevorderden

Een compact oefenschema bespaart tijd en geeft zichtbare vooruitgang. We zetten een praktische weekindeling neer met korte blokken die techniek en muzikaliteit samen trainen.

Dagelijkse drills: vingeronafhankelijkheid en precisie

Begin elke sessie met een korte oefening van 5–10 minuten voor onafhankelijkheid en precisie.

  • 2 korte oefeningen voor onafhankelijkheid (Hanon of gelijkaardig).
  • 1 blok toonladers met focus op zuiverheid en gelijkmatig volume.
  • Sluit af met akkoorden en eenvoudige melodieën om muzikaliteit te behouden.

Oplopend in kruizen en mollen oefenen

Werk toonladders systematisch: eerst C/Am (0), dan 1 kruis G/Em, 2 kruis D/Bm, enzovoort tot 7. Voor mollen start je ook op C/Am en bouw je op: F/Dm, Bb/Gm, Eb/Cm, tot Cb/Abm (7).

Oefen eerst 1 octaaf en schakel daarna naar 2 octaven. Varieer articulatie, ritme en volume tijdens elke toonladder.

Block practice naar interleaved practice

Begin met block practice: herhaal één item foutloos drie keer. Wissel daarna naar interleaved practice: afwisselend korte segmenten voor betere flexibiliteit en snelheid.

  • Plan tijd per onderdeel en neem korte rustpauzes.
  • Combineer basis techniek met akkoorden zodat muziek en techniek samenvallen.
  • Houd je voortgang bij: noteer tempo, fouten en verbeterpunten.

“Kort, gericht en geordend oefenen geeft meer resultaat dan urenlange onsamenhangende sessies.”

Wil je extra structuur? Overweeg een korte online piano cursus of lokale piano cursus om feedback te krijgen en je weekschema aan te scherpen.

Leren anno nu: online piano cursus, apps en websites

Digitale cursussen combineren heldere video’s met tools zoals tempo-aanpassing en opname. Zo kun je techniek stap voor stap controleren en herhalen.

We zetten op een rij waarom online werken waardevol is voor zowel beginnende als gevorderde spelers.

Voordelen van online leren en directe feedback

Visuele instructie maakt houding en vingergrepen goed zichtbaar. Met opnamefuncties hoor je jezelf en corrigeer je snel.

Metronoom- en loop‑functies laten je langzaam oefenen op lastige maten. Progressietracking geeft zicht op vooruitgang.

Waar let je op bij het kiezen van een online cursus

Check duidelijke lesopbouw, werkbare oefenopdrachten en zichtbare vinger‑aanduidingen in het lesmateriaal.

  • Zijn video’s stap-voor-stap en herhaalbaar?
  • Biedt de site tempo-aanpassing, loop‑modus en opname?
  • Houdt de cursus voortgang bij en zijn er toetsen of opdrachten?
  • Heeft het platform een community of Q&A voor extra steun?

Een slimme aanpak is gecombineerd: volg een online cursus voor structuur en combineer die met wat live pianoles voor persoonlijke feedback.

Wil je direct aan de slag met online oefenen? Probeer deze optie voor systematisch thuiswerk: online oefenen.

“Kies een cursus met heldere visuals en tools die jouw oefentijd echt productief maken.”

Wie schrijft: Mike Schonewille over muziek, leren en doorzetten

Mijn passie voor muziek begon vroeg en leidde tot jaren van spelen en samenwerken. Ik ben Mike Schonewille en muziek loopt als een rode draad door mijn leven. Al sinds mijn achtste speel ik piano en later kwamen gitaar, basgitaar en drums erbij.

Door de jaren heen speelde ik in verschillende lokale bands. Samen spelen gaf me niet alleen technische ervaring maar vooral plezier en inzicht in samenspel.

We delen hier praktische tips die rechtstreeks uit die ervaring komen. Doordat ik werk en hobby combineer, weet ik hoe belangrijk kleine, consistente stappen zijn.

Doorzettingsvermogen en nieuwsgierigheid houden je ontwikkeling op gang. Je hoeft niet uren achter elkaar te oefenen; regelmaat en slimme keuzes leveren meer op.

Als schrijver en docent spreken we vaak met zowel beginnende als gevorderde pianisten. Onze no-nonsense aanpak maakt advies direct toepasbaar, ook naast je dagelijkse werk en andere verplichtingen.

“Consistente kleine stappen geven het meeste resultaat over tijd.”

Handige hulpmiddelen en materialen voor betere vingerzetting

Praktische tools ondersteunen precisie en tempo in je oefenwerk. Ze maken keuzes duidelijker en geven je directe terugkoppeling tijdens het repeteren.

A well-lit tabletop scene showcasing a variety of musical aids for piano practice. In the foreground, a metronome, a set of color-coded finger guides, and a pitch pipe. In the middle ground, a music stand with sheet music, a digital tuner, and a digital piano. In the background, a bookshelf filled with piano technique books and a framed music-themed artwork. The scene is bathed in warm, natural lighting, creating a cozy, focused atmosphere for the effective study of proper piano fingering.

Lesboeken en bladmuziek met vingerzettingen

We adviseren bladmuziek met duidelijke vingerzettingen zodat je minder hoeft te raden. Markeringen in de partituur houden je plaats vast en maken herhaling consistent.

Apps, metronoom en oefensoftware

Een metronoom en oefensoftware ondersteunen variaties in articulatie, ritme en tempo. Gebruik loop‑ en opnamefuncties om lastige maten te isoleren.

  • Kies bladmuziek met voorgestelde vingerzettingen en duidelijke lay‑out.
  • Gebruik apps met loop‑modus om korte secties herhaald te oefenen.
  • Metronoom + opname maakt voortgang meetbaar en zichtbaar.
  • Selecteer websites en een piano cursus met heldere opbouw en feedbackmogelijkheden.
Hulpmiddel Functie Doel
Bladmuziek met vingerzettingen Visuele gids in de partituur Consistente plaats en minder fouten
Metronoom & oefensoftware Tempo en ritmecontrole Timing verfijnen en meetbaarheid
Apps met loop/ opname Herhaling en zelfanalyse Toonladders automatiseren en klank balanceren

Tip: combineer online tools met papieren materiaal. Zo behoud je overzicht in de partituur en heb je tegelijk de flexibiliteit van digitale oefenfuncties.

Conclusie

Een rustige handpositie en een heldere aanpak maken noten makkelijker en verminderen spanning. Goede houding ondersteunt blessurevrij spelen en maakt consistente vingerkeuzes betrouwbaar.

Voor beginners geven we praktische tips: werk met één toonladder per dag en gebruik vaste vingerzetting zoals C‑majeur RH 1-2-3-1-2-3-4-5 en LH 5-4-3-2-1-3-2-1. Start langzaam, neem op en luister terug. Versnel pas als je drie keer foutloos speelt.

Gebruik bladmuziek met vingeraanwijzingen en neem ook spelen akkoorden op in je routine. Werk in korte concentratieblokken, noteer je voortgang per week en kies vandaag één concrete stap: zet de metronoom laag en oefen één octaaf. Zo bouw je stap voor stap betrouwbare techniek op.

Leer een liedje deze week

Kies je instrument en volg korte video’s. Probeer het vandaag en hoor snel verschil.

Bekijk alle cursussen