gitaar akkoordenschema blues

Hoe gebruik je akkoordenschema’s in blues tijdens gitaarles?

We beginnen met één doel: muziek leuk maken. In de blues gitaarlessen gebruiken we een duidelijk schema. Dit helpt je snel vooruitgang te boeken. Het bekende 12-maten bluesschema biedt structuur. Dit maakt samen spelen en reageren makkelijker. Zo wordt oefenen leuk, zelfs voor beginners.

De blues heeft zijn wortels in de late 19e eeuw in de VS. Het combineert gospel, cajun en Afrikaanse muziek. Toen in de jaren ’30 de elektrische gitaar kwam, veranderde blues muziek. Het beïnvloedde genres zoals R&B en rock-‘n-roll. Bands zoals The Rolling Stones en Led Zeppelin, en gitaristen zoals Eric Clapton, maakten blues weer populair. Hun muziek heeft typische bluesshuffles en dominante septiemakkoorden.

We focussen op de drie belangrijkste akkoorden: I–IV–V. Bijvoorbeeld A7, D7, en E7, of C7, F7, en G7. De timing is makkelijk met 40–100 bpm. Je oefent het wisselen van akkoorden en het houden van de maat. Thuis kan een looper helpen: speel het 12-maten bluesschema en improviseer er dan op los.

🎵 Start vandaag met muziekles

Naast akkoorden leren we ook toonladders. We beginnen met de pentatonische toonladder en voegen daar de blue note aan toe. Hiermee kun je snel melodieën maken. We vinden posities via de lage E- en A-snaar. Bijvoorbeeld, in A ligt je startpunt op de vijfde fret van de E-snaar. Dan beweeg je gemakkelijk over de gitaarhals.

In de praktijk gebruiken we makkelijke grepen. Bijvoorbeeld A7- en E7-akkoorden, en we verplaatsen C7-akkoorden voor meer variatie. Bends, slides en een stevig shuffle ritme brengen de blues tot leven. Bekijk deze uitleg over blues spelen op voor een goede start met eenvoudige blues akkoordschema’s.

Wat is een bluesschema en waarom werkt het zo goed in gitaarles?

Het bluesschema helpt om samen muziek te maken met structuur. Met een 12-bar blues schema weet iedereen wanneer ze moeten wisselen. Dit helpt om scherp te blijven op timing en hoe het klinkt. Leerlingen leren snel luisteren en reageren door de herhalende vorm.

De 12-bar (twelve bar) blues uitgelegd: I–IV–V en variaties

De I IV V akkoorden vormen het hart. Bijvoorbeeld, in C gebruik je C7, F7, en G7. Deze volgorde maakt het makkelijk om samen te spelen omdat iedereen de structuur kent.

Sommige leraren gebruiken de quick change blues. Dit betekent dat je snel naar IV gaat en dan terug naar I. Dit maakt het interessanter en houdt de aandacht vast. Een turnaround V-akkoord aan het eind kondigt de herstart aan.

Dankzij de duidelijke structuur kun je het schema aanpassen. Je kan het makkelijk transponeren en verbinden met technieken zoals gebroken akkoorden. Zo verbeter je je vaardigheden stap voor stap.

Tempo en maatsoort: vierkwartsmaat, 40–100 bpm voor beginnersvriendelijke oefening

Blues spelen we vaak in vierkwartsmaat. Met een metronoom tussen 40–100 bpm kun je makkelijk oefenen. Je leert soepel te wisselen en te werken aan je ritme.

Begin langzaam en voel elke beat. Verhoog daarna geleidelijk het tempo. Zo blijft het geheel goed klinken, ook met complexere ritmes.

Vraag-en-antwoord in frasering: herhaling als didactisch hulpmiddel

De call and response methode werkt goed met blues. Begin met een vraag, varieer op de IV, en antwoord op de V. Herhaling laat je gelijk het effect horen.

Combineer korte licks met pauzes. We geven leerlingen de kans om solo’s te nemen. Zo oefenen ze met structuur en verbeteren hun muzikale gevoel.

gitaar akkoordenschema blues: dominante septiemakkoorden en typische vingerzettingen

Voor blues maken we gebruik van het dominante septiemakkoord. Deze mix klinkt uniek en is ideaal voor oefenen. Door simpele stappen te volgen, kun je snel schakelen en de timing goed houden.

Waarom C7, F7 en G7? Dominantseptime als bluesklank

In een C-blues gebruiken we vaak C7, F7, G7. Dit creëert een mooi spanningsgevoel dat naar het volgende akkoord leidt. Soms voegen we C9 of C6 toe voor meer kleur, maar C7 blijft de basis voor die echte bluesklank.

Praktische grips: A7, E7, C7-vormen en doorschuiven op de hals

We beginnen met open grepen. A7 en E7 klinken sterk en hebben een goed ritme. Voor C7, voeg de pink toe. Vervolgens schuif je met de C7 shape over de hals. Dit maakt het makkelijk om snel van akkoord te veranderen.

  • A7 open: compact en geweldig voor een strakke shuffle.
  • E7 open: warm met een diepe toon, leuk voor zang.
  • C7-vorm: voeg de pink toe en beweeg het akkoord naar D7, E7, enz.

Quick change, turnarounds en afsluiten op de V voor duidelijke overgangen

Een quick change in de tweede maat maakt het spannend. Gebruik in de twaalfde maat een turnaround blues om mooi af te sluiten. Dit maakt het makkelijker voor beginners en leuk om thuis te oefenen.

Tussenakkoorden en chromatische leading tones voor meer “grease”

Gebruik een chromatische approach voor een coole sound. Plaats een akkoord een halve toon hoger vlak voor de maat en glijd dan omlaag. Zo voeg je makkelijk groove toe zonder dat het te ingewikkeld wordt.

Toonladders en improvisatie boven het schema

We beginnen met tonen die goed klinken over een bluesschema. De pentatonische mineur is duidelijk, maar de bluestoonladder voegt meer spanning toe door blue notes. Dit houdt je muziek interessant en levendig, of je nu op een akoestische of elektrische gitaar speelt.

A guitar neck spanning the frame, frets and strings clearly visible. Behind it, a grid of blues chord changes, a musical staff with notes flowing upward. In the foreground, a hand effortlessly navigates the fingerboard, tracing pentatonic scales as they intertwine with the underlying harmony. Warm, vintage lighting casts a golden glow, evoking the classic vibe of blues improvisation. The entire scene is infused with a sense of fluidity and seamless integration between technique and theory, capturing the essence of "Toonladders en improvisatie boven het schema".

Pentatonisch en de bluestoonladder: de blue notes (b3, #4, b7)

Start in de toonsoort C met C–Eb–F–F#–G–Bb–C. Dat is de bluestoonladder. Voor een blijer geluid gebruik je C–D–Eb–E–G–A–C, voor een “majeur” effect. B.B. King en Eric Clapton gebruiken deze tonen, en leggen de nadruk soms net even anders.

We spelen korte ritmische stukjes die we herhalen. Dit helpt om spanning en ontspanning in muziek te herkennen. Houd muzikale zinnen kort, tel hardop en laat ruimte voor stilte.

Positioneel denken: spelen in A, G en C met vaste referentievakjes (lage E- en A-snaar)

Gebruik vakjes op de lage E- en A-snaar als vaste punten. Voor A-blues gebruik je het 5e vakje op de lage E-snaar voor de I, en de 5e en 7e op de A-snaar voor IV en V. Twee vakjes terug voor G-blues, en twee vakjes vooruit voor B. Zo blijf je makkelijk binnen de toonsoort.

  • G-blues: lage E 3e = G, A-snaar 3e = C, A-snaar 5e = D.
  • C-blues: lage E 8e = C, A-snaar 8e = F, A-snaar 10e = G.
  • B-blues: lage E 7e = B, A-snaar 7e = E, A-snaar 9e = F#.

Combineer deze punten met pentatonische mineur boxen. Je herkent sneller de I, IV, V akkoorden en waar de blue notes goed klinken.

Bends, slide en shuffle feel: zo laat je licks echt “zingen”

Gebruik bends en slides voor expressie. Door de noten net anders te buigen of glijden, komt je gitaarspel tot leven. Luister goed hoe de noot klinkt en laat hem op tijd terugvallen.

Met een slide gitaar maak je soepele overgangen. Een slide van glas of metaal geeft een uniek geluid, perfect voor de bluestoonladder. Zorg dat je bewegingen klein blijven en zuiver klinken.

Een swingend shuffle ritme brengt elke lick tot leven. Speel achtsten in een triolen gevoel, met een swing in de tweede achtste. Accenten leg je op de tweede en vierde tel. Dit geeft je spel meer dynamiek, zelfs bij langzamere liedjes.

Toonsoort Anker (lage E) IV & V (A-snaar) Scale-keuze Expressietip
A 5e vakje (A) 5e (D) & 7e (E) pentatonische mineur + bluestoonladder micro-bend op b3 richting 3
G 3e vakje (G) 3e (C) & 5e (D) pentatonische mineur; mix met majeur-kleur korte slides naar b7 en #4
C 8e vakje (C) 8e (F) & 10e (G) bluestoonladder voor spanning shuffle ritme met palm mute variatie
B 7e vakje (B) 7e (E) & 9e (F#) pentatonische mineur compact houden combineer bends en slides op hoge snaren

Lesopbouw en oefenvormen met bluesschema’s

We beginnen met een duidelijke blues gitaarles opbouw. We gebruiken 12 maten in een 4/4 maatsoort, met een tempo van 60–80 bpm, in de toonsoort A en met akkoorden A7–D7–E7. Door te luisteren en mee te tellen met I–IV–V, leer je de vorm goed. Dit helpt je om rustig te blijven tijdens het spelen, waardoor je gemakkelijker van akkoord kunt wisselen.

A dimly lit, cozy guitar lesson studio. On the wall, a blues chord progression diagram hangs, its lines and symbols casting soft shadows. In the foreground, a skilled guitarist's hands strum an acoustic guitar, their fingers gracefully sliding between chords. The middle ground features a student observing intently, taking notes in a weathered notebook. Soft, warm lighting filters through the windows, creating a contemplative, focused atmosphere. The background showcases various guitars, amplifiers, and music sheets, hinting at the room's purpose as a space for learning and exploration of the blues.

Vervolgens gaan we aan de slag met vingerzettingen. We gebruiken A7-, E7- en C7-shapes en bewegen deze over de gitaarhals. Door verschillende grepen te vergelijken, ontdek je wat het best klinkt en het fijnst speelt. Dit voorkomt dat je last krijgt van je hand.

We voegen nu variaties toe binnen de oefenvormen 12-bar. Zo maken we een snelle verandering in de tweede maat en eindigen we in maat 12 op de V. Door te luisteren oefen je het herkennen van deze overgangen. Als je op de “4-en” telt, voeg je een leading tone toe net voor het nieuwe akkoord.

Voor improvisatie richten we ons eerst op de pentatonische mineurtoonladder rond de I-toon. Dan introduceren we de blue note en doen korte vraag-antwoord spelletjes in 2 of 4 maten. Hiermee verbeter je je gevoel voor melodie en ritme.

Ritme is de sleutel. We oefenen shufflepatronen en simpele boogies op de E- en A-snaar. We gebruiken een metronoom of drumloop tussen 50 en 90 bpm. Probeer met verschillende intensiteiten te spelen voor meer dynamiek.

Als je met klank wilt experimenteren, begin dan op een akoestische gitaar. Daarna probeer je een elektrische gitaar, het liefst aangesloten op een Fender of Marshall buizenversterker met een beetje overdrive. Door met het volume en de aanslag te spelen, verander je de klankkleur.

Een looper oefening is geweldig om zelfstandig te oefenen. Speel 12 maten, herhaal ze en improviseer eroverheen. Je hoort meteen of je improvisatie klopt. Dit helpt je om beter in de maat te spelen, vooral in een band.

In een groepsles blues speelt iedereen om beurten 12 maten. Degene die begeleidt beslist of we stoppen of doorgaan. Dit maakt het makkelijk om je medespelers te volgen en samen muziek te maken.

We leren ook vlot transponeren met behulp van referentiepunten op de lage E- en A-snaar. Zo kun je makkelijk van A naar G of B schakelen. Dit is handig wanneer je nummers van beroemde gitaristen als B.B. King speelt.

Bij kampvuur blues mixen we tokkelen met ritmevariaties en korte turnarounds. Als de basis staat, voegen we extra akkoorden toe. Dit zorgt voor een rijke en volle klank op een akoestische gitaar.

Als afsluiter geven we huiswerk om je geheugen te trainen: schrijf een grappig bluescouplet. Zing mee en houd de maat. Dit soort beginners blues oefeningen helpt je om het gevoel voor de muziekvorm te ontwikkelen.

  • Startblok: I–IV–V in A, 60–80 bpm, focus op wissels en tellen.
  • Techniek: A7/E7/C7-shapes verschuiven; hand ontspannen, klank helder.
  • Vormvariatie: quick change, eindigen op V, ‘leading tones’ op ‘4-en’.
  • Impro: pentatonisch + blue note, korte call-and-response.
  • Ritme: shuffle en boogie, oefenen met metronoom of drumloop.
  • Klinktip: akoestisch en elektrisch met lichte buizenoverdrive.
  • Zelfstandigheid: looper oefening voor betere timing.
  • Samenspel: elke student neemt beurten van 12 maten in een groepsles blues.
  • Transponeren: snel schakelen met lage E/A-referentiepunten.
  • Thuis: bluescouplet schrijven binnen 12-maatschema.

Conclusie

We hebben de kern van bluesgitaar uitgelegd: een 12-maten structuur met akkoorden I–IV–V. Dit zorgt voor duidelijke overgangen. Akkoorden zoals C7, F7, G7, en A7, D7, E7 zijn belangrijk. Door A7/E7 en C7 vormen te gebruiken, leer je snel in elke toonsoort spelen.

Voor solo’s gebruiken we de pentatonische mineurschaal met extra blue notes. Dit brengt je gitaarspel tot leven met technieken zoals bends en slides. We houden het tempo tussen 40–100 bpm, perfect voor beginners om rustig te ontwikkelen.

In de les focussen we op call-and-response, het gebruik van een looper, en afspraken voor elk 12-maten deel. Met chromatische tonen maken we overgangen soepel. Hierdoor verbeter je je vaardigheden, of je nu op een akoestische gitaar speelt of op een elektrische met een warm geluid.

Klaar voor de volgende stap in bluesgitaar? Oefen het akkoordenschema, verander de voicings, en neem je spel op. Stel een doel om elke week je spel te verbeteren. Zo blijft gitaarspelen leuk en doeltreffend.

Leer een liedje deze week

Kies je instrument en volg korte video’s. Probeer het vandaag en hoor snel verschil.

Bekijk alle cursussen