Hoe improviseer je in de blues tijdens gitaarles?
Ik ben Mike Schonewille en muziek loopt al lang als een rode draad door mijn leven.
Al sinds mijn achtste speel ik piano, later ook gitaar, bas en drums. We delen in deze how-to praktische stappen die je direct tijdens les kunt toepassen.
We beginnen bij het 12-maats schema (I-IV-V) en laten zien waarom dit zowel houvast als vrijheid geeft. Je krijgt voorbeelden van een mineur en majeur bluestoonladder en voelt snel het klankverschil.
Luisteren, spelen en kleine stappen zijn de kern. Doel: van losse noten naar korte muzikale zinnen die reageren op het akkoordenschema.
We belichten ook klankkeuzes (akoestisch, buizenoverdrive, slide) en veelgemaakte valkuilen met concrete oefeningen.
Voor achtergrond en extra voorbeelden verwijzen we naar een praktisch artikel over improvisatie op gitaar via dit voorbeeld.
Waarom bluesimprovisatie leren tijdens gitaarles nu zo waardevol is
Blues biedt een heldere oefenruimte waarin je creativiteit en structuur samenkomen. Het 12-maats bluesschema met dominante septiemakkoorden (bijv. C7, F7, G7) geeft vorm. Zo kun je vrij spelen zonder de weg kwijt te raken.
We stellen voor vandaag drie heldere leerdoelen: vrijheid in je spel, gevoel voor timing en een stevige basis in akkoorden en vorm. Dit helpt je noten niet alleen te kennen, maar ze doelbewust te plaatsen.
Gitaristen profiteren omdat de stijl veel vraag-antwoord en herhaling biedt. Door blue notes uit een toonladder bewust te gebruiken, ontstaat die typische klank. Combineer toonladderkennis met ritme, frasering en akkoordbewustzijn voor betere resultaten.
- Concreet voor vandaag: herken één schema, speel één toonladderpositie zeker, gebruik één vraag-antwoordpatroon.
- Werk in korte blokken; zo merk je in korte tijd vooruitgang tijdens het gitaar spelen.
Het 12-maats bluesschema ontcijferd: akkoorden, trappen en vorm
Het 12-maats schema geeft structuur en ruimte tegelijk. We lopen het schema per maat door zodat je duidelijk ziet waar wisselingen plaatsvinden en hoe je telt in twaalf maten.
De drie bouwstenen: I, IV en V als dominant 7 (C7, F7, G7)
Speel de trappen I, IV en V als dominant7. In C betekent dat: C7, F7 en G7.
Let op de terts en septiem in elk akkoord; die bepalen de klankkleur en geven richting aan je noten.
Quick change en varianten
Een veelgebruikte variant is de quick change: in maat twee kort naar IV (F7). Dat breekt de lange reeks tonica en geeft beweging.
Turnaround en afsluiten op de V
In maat twaalf brengt de V (vaak halve of hele maat) spanning. Die spanning lost natuurlijk op als maat één weer start.
Toonsoort kiezen en transponeren
Je kunt hetzelfde trapschema verplaatsen. Voorbeelden: A7-D7-E7, Bb7-Eb7-F7 of G7-C7-D7. Zo speel je hetzelfde schema in een andere toonsoort.
| Akkoord | Noten | Rol | Voorbeeld toonsoort |
|---|---|---|---|
| C7 | C – E – G – Bb | I (tonica) | C |
| F7 | F – A – C – Eb | IV (subdominant) | F / transponeren naar D voor A |
| G7 | G – B – D – F | V (dominant, turnaround) | G / transponeren naar E voor A |
| Gebruik | Grondtoon + terts | Richtlijn voor frasering | Oefen met één eenvoudige track |
- Loop het schema per maat en raak op de eerste tel de grondtoon.
- Koppel noten uit je ladder aan de onderliggende akkoorden voor betere frasering.
- Markeer stijlvarianten (swing of recht) en pas je telgevoel aan.
Bluestoonladders die echt werken: mineur, majeur en de magie van blue notes
In dit deel vergelijken we twee veelgebruikte toonladders en hun karakter. Zo hoor je direct waar spanning ontstaat en hoe je die oplost.
Mineur bluestoonladder
Mineur variant: C – Eb – F – F# – G – Bb – C. Deze ladder groeit uit de pentatonische mineur met de tritonus (F#).
Gebruik de F# als kleurtoon; die geeft spanning die naar een akkoordnoot kan oplossen.
Majeur variant en combineren
Majeur variant: C – D – Eb – E – G – A – C. De zesde (A) maakt het geluid vriendelijker.
Je kunt schakelen tussen mineur en majeur in één chorus. Buig de Eb naar E in majeur context voor die typische spanning en oplossing.
Bending en terts-intonatie
Bending plaatst een noot tussen kleine en grote terts. Dat werkt goed omdat je de spanning letterlijk naar de akkoordtoon trekt.
Oefen korte motieven en beweeg snel weg van noten die wringen. Zo blijft je frase muzikaal en gericht.
“Door mineur en majeur slim te combineren, geef je elke zin meer kleur zonder de basis te verliezen.”
| Ladder | Voorbeeld | Blue notes |
|---|---|---|
| Mineur bluestoonladder | C – Eb – F – F# – G – Bb – C | Eb, F#, Bb |
| Majeur variant | C – D – Eb – E – G – A – C | Eb, F#, Bb |
| Oefentip | Schakel tussen ladderposities en bouw korte motieven | Buig Eb naar E tijdens C-akkoorden |
- Plaats de twee reeksen naast elkaar en luister naar kleurverschil.
- Leer welke noten spanning geven en hoe je ze oplost.
- Studieer de toonladders in meerdere posities en met timing.
gitaar improviseren blues: van losse noten naar muzikale zinnen
Begin met korte motieven om noten te verbinden tot echte zinnen. Kies één kort beginmotief en plaats het drie keer logisch binnen het 12-maat schema.

Veelgemaakte fouten: spelers strooien losse noten zonder ritme of richting. Oplossing: herhaal het motief, verander één noot of het ritme en laat spanning oplossen.
Werk met korte ladderfragmenten en doublestops. Slides en een klein lick geven de zin meer stem. Eindig je frase net voor een akkoordwissel voor extra trek naar de volgende maat.
- Start met één motief en herhaal het als voorbeeld.
- Varieer daarna een noot, richting of ritme voor natuurlijke ontwikkeling.
- Laat korte rusten; stilte maakt je solo sterker dan constant spelen.
- Luister naar de baslijn en de snare op 2 en 4 voor betere frasering.
“Speel korte zinnen, herhaal en reageer — dan klinkt je solo als muziek, niet als een rij losse noten.”
Frasering, ritme en klank: zo laat je je gitaarsolo’s ademen
Frasering bepaalt hoe een solo ademhaalt en vertelt een duidelijk verhaal binnen twaalf maten. We gebruiken vraag-en-antwoord zodat elke zin een functie krijgt binnen het schema.
Vraag en antwoord: herhalen, variëren en reageren op het schema
Start met één vraag op I, herhaal of varieer die zin op IV en sluit met een korte punchline op V. Herhaling van herkenbare licks bouwt spanning op en maakt je spel begrijpelijker voor luisteraars.
Shuffle en swingfeel: achtsten als triool, timing en “laid-back” spelen
Speel achtsten als de eerste en derde noot van een triool. Laat de tweede achtste iets later landen voor een shuffle-feel.
Oefen met metronoom op 2 en 4; zo leert je timing losser en groovender te voelen.
Sound matters: akoestisch, elektrische buizenoverdrive en slide
Vergelijk een warme akoestische klank met elektrische buizenoverdrive voor sustain en bite. Slide (glas of metaal) voegt zangachtige glissandi toe; demp ongewenste snaren en gebruik subtiel vibrato.
“Laat elke zin eindigen op een akkoordtoon van de volgende maat; dat maakt de vorm hoorbaar.”
| Aspect | Oefenstap | Effect |
|---|---|---|
| Vraag-antwoord | Vraag op I, antwoord op IV, punch op V | Helder vormgevoel binnen maten |
| Shuffle | Achtsten als triool, metronoom op 2 & 4 | Laid-back groove |
| Sound | Akoestisch vs buizenoverdrive; slide oefenen | Sustain, zangachtige frasering |
| Track gebruik | Samen drie feels: recht, lichte swing, diepe shuffle | Vergelijk en kies stijl passend bij de muziek |
- Herhaal je beste lick bewust; herkenning helpt publiek volgen.
- Laat stilte werken: korte rusten versterken je solo’s.
- Controleer plectrum, toonregeling en drive voor de gewenste sound.
Praktische oefeningen, licks en tracks: stap-voor-stap naar sterke solo’s
Stap-voor-stap oefeningen verduidelijken hoe je terts en septiem doelbewust raakt tijdens maatwissels. We starten ritmisch: grondtoon, septiem, terts en dan kwint. Dit helpt je horen welke noot kleur geeft bij C7, F7 en G7.

Akkoordtonen targeten
Oefen eerst op elke maatwissel de dichtstbijzijnde akkoordtoon. Werk daarna vier maten en markeer waar terts en septiem liggen. Raak die noot precies op de tel bij een wissel.
Blueslicks bouwen
Bouw korte motieven van drie laddernoten, voeg één bend toe en sluit af op een akkoordtoon. Maak twee blueslicks met een doublestop: één voor I, één voor IV, en pas ze kort aan voor V.
Jam- en backing tracks kiezen
Kies een track in de juiste toonsoort, bijvoorbeeld “Slow Blues in A” of “Slow Blues in C”. Begin langzaam, met duidelijke shuffle-feel. Verhoog tempo stap voor stap als de basis vastligt.
- Oefening 1: Speel op elke maatwissel de dichtstbijzijnde akkoordtoon.
- Oefening 2: Markeer terts en septiem en raak ze op de tel.
- Oefening 3: Bouw een lick van drie laddernoten met één bend, eindig op akkoordtoon.
- Oefening 4: Twee blueslicks met doublestops voor I en IV; pas aan voor V.
- Oefening 5: Eén chorus met alleen akkoordtonen, één met ladderfragmenten, daarna mix.
“Gebruik toonladders als vocabulaire, maar laat de vorm bepalen waar je landt met je noot.”
Controleer altijd of alle noten passen boven het actuele akkoord. Leg per oefening één voorbeeld vast met je telefoon zodat je gericht terugluistert en je volgende stap bepaalt.
Samen spelen en blijven leren: Mike’s muzikale rode draad
Mike ontdekte dat leren sneller gaat als je met anderen speelt. Vanaf zijn achtste bespeelde hij meerdere instrumenten en speelde hij in lokale bands. Dat plezier en die praktijk vormen zijn basis.
Van oefenkamer naar samenspel betekent meters maken met ritmesectie en medemuzikanten. Call-and-response ontwikkelt je timing op de tellen 2 en 4 en scherpt dynamiek en interactie.
Van oefenblok naar live situatie
Oefen zowel met metronoom als zonder track. Metronoom op 2 en 4 bereidt je voor op echte optredens en helpt bij het herkennen van cues binnen het schema.
- Speel regelmatig samen met een ritmesectie of op jamsessies voor meer leercurve in minder tijd.
- Oefen call-and-response met een andere gitarist of toetsenist als gesprek, niet als solo.
- Wissel partijen of instrumenten; Mike leerde veel door bas en drums te spelen.
- Kies per repetitie één focus: timing, afsluiten op de V of terts-intonatie.
“De vocale oorsprong van de blue notes stuurt hoe gitaristen fraseren; samen spelen leert je die nuance live te gebruiken.”
| Actie | Doel | Praktische tip |
|---|---|---|
| Jam met ritmesectie | Sneller leren in minder tijd | Plan vaste wekelijkse sessies |
| Opname van repetities | Objectieve terugblik | Noteer drie verbeterpunten per sessie |
| Instrument wisselen | Breder muzikaal begrip | Speel één repetitie op bas of drums |
Conclusie
Het grootste verschil maak je niet met meer noten, maar met betere plaatsing en timing.
We vatten de kern samen: het 12-maten schema met I-IV-V en dominante 7-akkoorden geeft vorm. Target de terts en septiem en wissel slim tussen mineur en majeur toonladder voor kleur.
Oefen korte blokken met een backing track in jouw toonsoort. Gebruik de metronoom op 2 en 4 om de shufflefeel te vinden.
Praktische stappen:
- Begin met één toonladderpositie en bouw licks en blueslicks uit.
- Sluit zinnen af op een akkoordnoot; de terts vertelt welk akkoord het is.
- Neem jezelf op en speel met anderen; samen leren versnelt vooruitgang.
Wil je meer voorbeelden en oefeningen? Bekijk dan onze pagina over improviseren op gitaar voor extra tracks en tips.
Leer een liedje deze week
Kies je instrument en volg korte video’s. Probeer het vandaag en hoor snel verschil.
Bekijk alle cursussen