Hoe gebruik je een plectrum tijdens gitaarles?
Ik ben Mike Schonewille en muziek loopt als een rode draad door mijn leven. Vanaf mijn achtste speel ik piano; later kwamen bas, drums en gitaar erbij. Spelen in bands gaf me veel ervaring op podium en in de lespraktijk.
In deze korte inleiding leggen we uit waarom oefenen met een plectrum je ritme, timing en toonconsistente helpt. Je leert een eenvoudige manier om de grip te vinden en waarom een ontspannen hand meer klank en minder spanning geeft.
We bespreken wat je mag verwachten: van het kiezen van materiaal en dikte tot de eerste slagbewegingen en oefeningen voor fijne motoriek. Zo kun je snel vertrouwen opbouwen tijdens gitaar spelen en beslissen wanneer je wisselt naar vingerspel.
Onze tips komen voort uit les- en podiumervaring en zijn praktisch toepasbaar voor ouders en leerlingen. In de volgende secties vind je stap-voor-stap oefeningen en meetbare doelen die passen bij korte oefenmomenten.
Wat is een plectrum en waarom zou je het gebruiken tijdens gitaarles?
In de lespraktijk zie je snel waarom een klein aanslagstukje het verschil maakt.
Definitie: Een plectrum is een compact aanslaghulpje waarmee je de snaren gericht raakt. Het geeft in lessen vaak direct een stabiel ritme en een heldere nootaanzet.
Voordelen en nadelen van spelen met plectrum versus vingers
Met een plectrum krijg je meer volume en een constantere attack. Dat helpt bij riffs en snelle parts.
Spelen met vingers biedt meer klankkleur per snaar, maar vergt extra verfijning en oefentijd. In veel lesroutes starten we met het plectrum om basis techniek sneller te automatiseren.
Wanneer is het wel of niet handig?
- Akkoorden strummen kan met beide; een dun plectrum voegt bij akoestisch soms een prettig ritsel.
- Bij riffs en solo’s kiezen de meeste gitaristen voor plectrum vanwege articulatie en controle.
- Fingerstyle en zachte ballads vragen vaak om vingers, als je die manier van spelen later wilt ontwikkelen.
“Begin met wat vertrouwen geeft; voeg later vingers toe voor nuance.”
Plectrum kiezen: vorm, dikte en materiaal voor het juiste geluid
Een weloverwogen keuze van vorm en dikte helpt leerlingen sneller resultaat boeken.
Dikte-indeling
- Dun (.40-.60 mm): buigzaam, ritselend bij strumming.
- Medium (.60-.80 mm): veelzijdig en vergevingsgezind.
- Heavy (.80-1.20 mm): direct, precisaat voor lijnen.
- Extra heavy (>1.20 mm): minimale buiging, maximale controle.
Materialen en klank
Nylon is goedkoop maar kan bramen vormen. Celluloid voelt klassiek aan. Delrin/Ultem biedt een gladde, veerkrachtige aanslag.
Hout, metaal en steen geven ieder een uniek geluid en attack. Let op onderhoud: sommige materialen slijten of breken sneller.
Vorm, punt en grip
Druppel, driehoek of jazz‑stijl beïnvloeden articulatie. Een spitser punt klinkt feller; een afgeronde rand klinkt warmer.
“Probeer een mixed set; vergelijk direct op dezelfde gitaar om te kiezen wat bij je past.”
- Controleer de rand: een gladde afwerking voorkomt krassen en haken.
- Voor zweterige handen: antislip, kurk of een kleine houder helpt snel wisselen.
- Jazz‑plectrums (bijv. Dunlop Jazz III) zijn kleiner en ideaal voor snelle passages.
Gitaar plectrum gebruiken: stap-voor-stap
Een eenvoudige grip en ontspannen houding geven direct meer controle en ritme. Hieronder vind je duidelijke aanwijzingen die je thuis eenvoudig kunt oefenen.
Vasthouden met duim en wijsvinger: hoeveel punt mag uitsteken?
Neem het plectrum tussen duim en wijsvinger. Laat 2–4 mm van de punt uitsteken.
Houd het losjes vast; te hard vast houden zet de pols vast en vermindert souplesse.
Pols, hand en arm: ontspannen houding en “zwevende rechterhand”
Leg de onderarm licht op de rand van de gitaar, maar steun niet op de kast. Een zwevende hand geeft vrijheid voor kleine aanpassingen.
Neer- en opzwaaien over de snaren
Sla vanuit de pols alsof je water afschudt. Gebruik de elleboog om de richting naar specifieke snaren te bepalen.
Dynamiek en volume
Met je vingers regel je de druk op het blad voor meer of minder volume. Kleine aanpassingen maken groot verschil binnen één maat.
Snaren gericht raken: microbewegingen
- Houd het plectrum schuin 10–15°; dat vermindert weerstand.
- Oefen: 1 minuut downstrokes, 1 minuut upstrokes, daarna alternate picking.
- Adem rustig en houd de pols los voor langere sessies.
“Begin met een ontspannen grip en bouw dynamiek via kleine vingerdrukken.”
Beginnersadvies: met welke plectrums start je het best?
Veel leerlingen boeken vooruitgang door met een praktisch setje plectrums te experimenteren.
Start meestal met een medium dikte (.60–.80 mm). Deze geeft genoeg souplesse voor akkoorden en toch voldoende stijfheid voor eenvoudige melodieën.
Waarom medium (.60–.80 mm) vaak het meest vergevingsgezind is
Een medium voelt prettig en is vergevingsgezind bij tempo- en dynamiekvariaties. Het buigt genoeg mee bij strumming en blijft strak genoeg voor single-note lijnen.
Setje variëren en testen: akoestisch (.80) versus elektrisch (.88)
Mike adviseert een klein pakket: .60, .73, .80 en .88 mm. Zo vergelijk je direct welk materiaal en welke dikte het mooiste geluid oplevert op jouw instrument.

| Doel | Dikte (mm) | Waarom |
|---|---|---|
| Algemeen begin | .60–.80 | Veelzijdig voor akkoorden en lijnen |
| Akoestisch | .80 | Minder flap, voller strum-geluid |
| Elektrisch | .88 | Extra controle bij riffs en solos |
“Probeer telkens met hetzelfde oefenpatroon; kleine verschillen zijn snel hoor- én voelbaar.”
- Noteer welke dikte je timing en volume ondersteunt.
- Kies een plectrum met een gladde rand om slijtage en krassen te minimaliseren.
- Een houder op de kast of tas maakt wisselen tijdens oefenen simpel.
Techniek per situatie: akoestische en elektrische gitaar
Voor elk nummer kies je een aanslag die past bij de sfeer en het gewenste geluid. We koppelen eenvoudige technische keuzes aan muzikale doelen zodat ouders en leerlingen bewust kunnen oefenen.
Akkoorden en strumming
Voor brede akkoorden op akoestische instrumenten werkt een iets dunner plectrum vaak beter. Het geeft een luchtig, ritselend attack dat goed past bij pop en singer‑songwriter repertoire.
Riffs en solo’s
Bij riffs en solo’s op elektrische kies je sneller voor een dikker plectrum. Dit volgt je handbeweging nauwkeurig en zorgt dat elke snaar strak aanspreekt zonder vertraging door buiging.
- Wissel per nummer: couplet met dunner voor transparantie, refrein of solo met dikker voor definitie.
- Puntvorm: spitser = meer hoog, afgerond = warmer legato.
- Train alternate picking eerst op één snaar, daarna over meerdere snaren voor gelijkmatige toon.
- In bandcontext: kantel het plectrum en speel met minder druk om te felle akkoorden te vermijden.
- Gebruik korte polsbewegingen; die houden timing strak bij snelle patronen.
- Neem altijd twee plectrums paraat tijdens les of optreden voor snelle wissels.
| Situatie | Aanbeveling | Technische tip |
|---|---|---|
| Brede akkoorden (akoestisch) | Dunner plectrum | Laat 2–4 mm uitsteken, licht kantelen voor ritsel |
| Riffs/solo’s (elektrisch) | Dikker plectrum | Spitse punt voor articulatie, korte polsbeweging |
| Bandcontext | Twee plectrums klaar | Kantel en verminder druk om balans te houden |
Wil je gerichte oefeningen voor wisselslag en gebroken akkoorden? Kijk dan bij onze praktijkoefeningen: gebroken akkoorden spelen.
Veelgemaakte fouten bij plectrumtechniek en hoe je ze corrigeert
Kleine gebaren in je aanslag bepalen vaak het verschil tussen strak en slordig spelen. We focussen hier op praktische correcties die je thuis meteen kunt toepassen.

Te hard knijpen of steun zoeken op de kast: verlies van souplesse
Te hard vast houden fixeert de pols en remt snelheid. Laat het plectrum losser tussen duim en wijsvinger. Adem uit bij elk maatwissel om spanning te verminderen.
Stop steun op de kast en probeer de zwevende hand. Zo blijft de pols vrij en kun je sneller van patroon wisselen.
Te dun of te dik gekozen: klank en timingproblemen herkennen
Herken symptomen: een te dun exemplaar kan flapperen bij single‑notes. Een te dikke geeft hoekige, ongelijkmatige strums.
Wees eerlijk tijdens metronoomoefeningen. Als timing wegvalt bij harder spelen, knijp je waarschijnlijk te veel.
Slijtage en bramen: rand gladmaken om krassen en snaarbreuk te voorkomen
Plastic en nylon kunnen bramen krijgen die aan snaren blijven haken en scherp geluid veroorzaken.
Vijl de rand licht met een nagelvijl en polijst met waterproof schuurpapier korrel 600. Controleer plectrums wekelijks en zet reservestukken in een houder.
“Kleine aanpassingen in grip hebben meer effect dan harder slaan.”
Oefenen met plezier en progressie (lescontext en inspiratie)
Begin met iets kleins dat meteen goed klinkt; dat motiveert om door te gaan. We starten elke sessie met korte, haalbare patronen zodat oefenen een vaste gewoonte wordt.
Lesopbouw: van downstrokes naar alternate picking
We beginnen op losse snaren met langzame downstrokes. Dit bouwt vertrouwen in timing en toon.
Vervolgens voegen we upstrokes toe en schakelen naar alternate picking. Zorg dat de hand ontspannen blijft en werk met microdoelen per manier van aanslaan.
Persoonlijke noot: muziek als rode draad en blijven experimenteren
Mike deelt dat muziek hem door het leven draagt. Samenspelen en kleine ontdekkingen houden het oefenen fris.
We adviseren plectrums van verschillende materialen klaar te leggen. Voor zweterige vingers zijn antislip of aangepaste plectra handig voor stabiel contact.
- Start met één snaar: precisie en ritme.
- Oefen string‑crossing op twee snaren.
- Doe korte akkoordenpatronen voor strumming‑flow.
- Plan speelse checkpoints voor leeftijd en agenda.
- Log welke plectrum het beste voelt en klinkt.
| Fase | Doel | Technische focus |
|---|---|---|
| Opwarmen | 2–3 minuten downstrokes | Elleboog positionering, ontspannen pols |
| Basis | Upstrokes en ritme | Hand los, controle met vingers |
| Gevorderd | Alternate picking en snelheid | Gewrichtsverdeling: elleboog, pols, vingers |
“Blijf proberen, luisteren en aanpassen — zo vind je je eigen toon.”
Conclusie
Na jaren lesgeven en optreden valt één advies steeds op: kies bewust en blijf nieuwsgierig naar je klank. Begin vaak met een medium dikte; akoestisch werkt .80 mm prettig, elektrisch vaak .88 mm.
Houd het plectrum losjes tussen duim en wijsvinger, met een paar millimeter punt zichtbaar. Speel vanuit de pols en gebruik de elleboog voor positionering.
Materialen als nylon, celluloid en Delrin/Ultem geven ieder een eigen feel. Ook natuurlijke opties zoals hout en steen reageren anders en hebben andere slijtage. Controleer de rand en haal bramen weg voor een schone aanslag op de snaren.
Plan korte, vaste oefenmomenten. Test een of twee extra plectrums en luister hoe ze reageren. Wees nieuwsgierig, stel vragen in de les en pas kleine tweaks toe; zo groeit je klank stap voor stap.
Leer een liedje deze week
Kies je instrument en volg korte video’s. Probeer het vandaag en hoor snel verschil.
Bekijk alle cursussen