Hoe leer je akkoordenschema’s herkennen tijdens spelen?
We beloven: binnen korte tijd speel je bekende liedjes met slechts een paar akkoorden. We leggen stap voor stap uit hoe akkoorden werken en waarom een eenvoudig akkoordenschema sneller resultaat geeft dan volledige bladmuziek.
Akkoorden zijn samenklanken van drie of meer tonen. In popmuziek volstaan vaak drie tot vier akkoorden om veel liedjes te begeleiden. Denk aan progressies zoals C-G-Am-F die je in vele hits hoort.
We tonen hoe akkoordsymbolen boven tekst direct meespelen mogelijk maken. Je leert welke basisakkoorden vaak gebruikt worden (C, F, G, Am, Dm, Em) en hoe je deze op het instrument toepast.
We delen praktijkgerichte tips en korte oefensuggesties, voortkomend uit ervaring van Mike Schonewille. Zo werk je aan luistervaardigheid, motoriek en herkenning van patronen.
Wat je vandaag kunt doen: zet drie of vier vertrouwde akkoorden klaar en probeer mee te spelen met een bekend liedje. In de volgende secties helpen we je verder met omkeringen, ritme en snel toepassen.
Waarom akkoordenschema’s herkennen je pianospel vandaag de dag versnelt
Herkenbare akkoorden versnellen je speelritme en maken songs direct toegankelijk. In lichte muziek zijn akkoorden de basis. Met vier akkoorden speel je al honderden nummers.
Luisteraars van pop en singer-songwriter verwachten een stabiele puls en een consistente begeleiding. Wanneer je dat levert, klinkt een lied meteen compleet.
Wat luisteraars verwachten in moderne pop en singer-songwriter
Timing en gevoel wegen zwaarder dan perfecte noten. Een goede akkoordbegeleiding draagt zang en ritme.
“Een eenvoudige, rechte begeleiding werkt vaak beter dan een ingewikkelde partij.”
Van bladmuziek naar akkoordsymbolen: sneller starten, meer plezier
Akkoordsymbolen laten je direct beginnen zonder elke noot te moeten lezen. Dat bespaart tijd en verhoogt je motivatie om vaker te spelen.
- Herken patronen en speel sneller mee met nummers.
- Oefen met opnames om wisselmomenten te horen.
- Gebruik veel gebruikte progressies als voorbereiding op jams en optredens.
Mini-actieplan: kies 3–4 akkoorden, zet een metronoom aan en speel mee met een eenvoudig nummer. Voor extra oefening bekijk je deze tips over gehoorontwikkeling en akkoorden: akkoorden oefenen.
Even voorstellen: Mike Schonewille – muziek als rode draad
Mijn muzikale pad begon op jonge leeftijd en leidde naar meerdere instrumenten en bandwerk. Ik ben Mike Schonewille en sinds mijn achtste speel ik piano. Later kwamen gitaar, basgitaar en drums erbij.
Muziek is voor mij ontspanning en creativiteit. Spelen in bands leerde me akkoorden snel herkennen en schakelen op gehoor. Dat maakt het makkelijker om een nummer mee te spelen zonder uitgebreide theorie.
- Jaren praktijkervaring op piano en andere instrumenten.
- Bandervaring die gehoor en samenspel scherpt.
- Brede basis helpt ritme en begeleiding duidelijk te houden.
Leren akkoorden is een doorlopende reis: beter luisteren, sneller wisselen en mooiere voicings ontwikkelen. Wij nodigen je uit om elke dag een kleine stap te zetten. Zo zie je dat je snel resultaat kunt spelen zonder ingewikkelde regels.
| Rol | Instrument | Geleerde vaardigheid |
|---|---|---|
| Bandspeler | Gitaar | Wissels op gehoor |
| Begeleider | Piano | Akkoorden en vorm |
| Bassist | Basgitaar | Ritme en groove |
“Speel consistent, luister veel en bouw stap voor stap aan je repertoire.”
De bouwstenen: wat een akkoord, samenklank en drieklank op de piano is
Bij akkoorden horen vaste samenstellingen van tonen die samen één klank geven. We leggen het simpel uit, zodat ouders en beginnende spelers direct weten wat te doen.
Grondtoon, terts en kwint: de minimale set
Grondtoon is de basis van een akkoord. De terts en de kwint vullen de samenklank aan. Samen vormen ze een drieklank die helder klinkt en de harmonie draagt.
Speel dit thuis: zet de grondtoon in je linkerhand. In je rechterhand speel je de terts en kwint tegelijk. Zo hoor je meteen het verschil tussen losse noten en een stabiele akkoord.
Het verschil tussen akkoord en losse noten
Een akkoord is een akkoord samenklank van meerdere noten, bedoeld als harmonie. Een melodie bestaat uit losse noten die een herkenbare lijn vormen.
Als je één toon van een drieklank verandert, verandert de kleur van het akkoord. Dat laat zien hoe tonen samen de klank bepalen.
- Definitie: akkoord = samenklank; melodie = losse noten.
- Praktijk: begin met een paar basisakkoorden en houd tempo laag.
- Oefening: grondtoon links, drieklank rechts; luister naar de rolverdeling.
| Term | Wat het doet | Thuis oefenen |
|---|---|---|
| Grondtoon | Geeft de basis van het akkoord | Linkerhand: speel één toon |
| Terts | Bepaalt majeur of mineur karakter | Rechterhand: speel samen met kwint |
| Kwint | Voegt stabiliteit aan de samenklank | Speel tegelijk met terts |
| Melodie | Draagt de zanglijn of hoofdtoon | Speel losse noten boven akkoorden |
“Begin simpel, speel vaak en luister goed naar de samenklank.”
Majeur en mineur uitgelegd: klank, afstand tussen tonen en gevoel
Een akkoord klinkt vrolijk of weemoedig door één kleine verschuiving in de terts.
Majeur heeft de volgorde: grondtoon, grote terts, kleine terts bovenin. Mineur draait dat om: grondtoon, kleine terts, daarna een grote terts. Zo ontstaat direct een ander gevoel.
Waarom majeur vaak “vrolijk” en mineur “weemoedig” klinkt
De afstand tussen grondtoon en terts kleurt de klank. Een grotere terts voelt open en helder.
Een kleinere terts klinkt donkerder en intenser. Probeer C-E-G en vervolgens C-Eb-G naast elkaar te spelen. Voel en benoem het verschil.
Van toonladder naar akkoord: hoe de 1-3-5 werkt
Drieklanken komen direct uit de toonladder. Neem de 1ste, 3de en 5de noot en speel ze samen.
- Speel 1-3-5 om het verschil in terts te horen.
- Controleer snel met een terts-check als iets niet goed klinkt.
- Gebruik eenvoudige vingerzettingen: 1-3-5 in de rechterhand, basgrond in de linkerhand.
| Soort | Opbouw | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Majeur | Grondtoon – grote terts – kleine terts | C – E – G |
| Mineur | Grondtoon – kleine terts – grote terts | C – Eb – G |
| Oefenstap | 1-3-5 vanuit toonladder | Speel majeur, dan mineur; benoem gevoel |
“Luister naar de terts: die keuze bepaalt vaak of een akkoord lacht of zucht.”
akkoordenschema leren piano: van symbool naar toetsen
Akkoordsymbolen geven je direct aanwijzingen welke toetsen je moet pakken. Lees het symbool, herken de basisvorm en plaats je handen op het toetsenbord. Zo speel je sneller mee met een nummer.
Akkoordsymbolen lezen: C, Am, G7, sus, dim en aug
Begin met de meest voorkomende letters: C staat voor C-majeur, Am voor A-mineur. G7 voegt spanning toe; sus geeft openheid, dim klinkt klein en aug groter. Kijk welk akkoord het is en zoek de grondtoon op het klavier.
Speel bij C de noten C-E-G. Bij Am let je op de kleine terts; dat maakt het een mineur akkoorden klank. Voor G7 voeg je de kleine septiem toe om de spanning te horen.
Herkennen wat vaak gebruikt wordt in liedjes
Leer eerst de basisakkoorden en daarna varianten. Volg deze volgorde: basisakkoorden → septiem/ sus → verminder/ vermeerder. Gebruik vaste vingerzettingen per symbool om consistent te blijven.
- Kijk vooruit in het akkoordenschema en bereid je hand voor.
- Start oefenen met rustige ballads; wissels zijn dan makkelijker.
- Controleer niet constant je handen; vertrouw op gehoor en corrigeer waar nodig.
Omkeringen en stemvoering: sneller wisselen met een mooiere klank
Omkeringen maken wissels soepeler en laten akkoorden dichter bij elkaar klinken. Een drieklank kun je op drie manieren spelen: basisvorm C‑E‑G, eerste omkering E‑G‑C en tweede omkering G‑C‑E.
Basisvorm vs omkeringen
Basisvorm heeft de grondtoon onderaan. De eerste omkering zet de terts onderaan. De tweede plaatst de kwint onder. Kies de ligging die de minste handbeweging vraagt.
Vloeiende overgang tussen akkoorden
Bekijk steeds het volgende akkoord en kies de omkering met de kortste afstand. Zo speel je C‑G‑Am‑F met kleine verplaatsingen en een rustiger geluid.
Speel rechts het akkoord, links de bastoon voor stabiliteit. Behoud gemeenschappelijke noten tussen akkoorden voor doorlopende stemvoering.
Oefen met metronoom en sustain om legato-overgangen te verfijnen. Varieer later met gebroken akkoorden en arpeggio’s voor kleur zonder zware handverschuivingen.
Akkoordenschema vs lead sheet: wat is het verschil en wanneer gebruik je welke?
Het verschil tussen een compact akkoordoverzicht en een volledige lead sheet zit vooral in de melodie en ritme-informatie.
Wat je in een akkoordenschema ziet: meestal alleen de volgorde van akkoorden. Je mist de exacte melodie, maataccenten en vaak ook ritmische aanwijzingen.
Wat een lead sheet biedt: de zanglijn in noten met akkoordsymbolen erboven, soms tekst en basisritme. Dat maakt het ideaal als je de melodie wilt meespelen of studeren.
Notatie, ritme en melodielijn: wat je wel en niet ziet
Een schema toont akkoorden en vorm; slag en ritme staan zelden volledig uitgeschreven. Luister daarom altijd naar een opname om feel en timing te pakken.
Een lead sheet bevat noten voor de melodie. Gebruik die als je de zanglijn wilt volgen of als je een nieuw nummer van begin af aan wilt leren.
- Wanneer kies je welk format? Snel repeteren of jammen: kies het schema. Een onbekend nummer uitzoeken: pak de lead sheet.
- Praktische tip: markeer moeilijke wissels en terugkerende patronen in het document.
- Hybride aanpak: gebruik het schema voor vorm en de lead sheet voor melodie waar nodig.
“Check tempo, toonsoort en vorm vooraf; noteer breaks en lastige overgangen voor gezaghebbende voorbereiding.”
| Format | Toont | Handig voor |
|---|---|---|
| Akkoordenschema | Akkoorden, vorm | Snelle repetitie, jams |
| Lead sheet | Melodie (noten), akkoordsymbolen, tekst | Nummers leren, zingen en begeleiden |
| Akkoorddiagram | Vingerzet voor gitaristen | Gitaarbegeleiding; pianisten gebruiken akkoordsymbolen |
Mini-checklist voor voorbereiding: tempo, toonsoort, vorm, en notitie van breaks. Zo bespaar je tijd en speel je met meer zekerheid.
Zo herken je tijdens het spelen de juiste akkoorden op gehoor
Een paar tellen aandacht op de terts onthult of een akkoord vrolijk of donker klinkt. Focus eerst op die middentoon: die bepaalt of iets majeur of mineur klinkt.
Begin met eenvoudige luisteroefeningen. Speel of luister een akkoord en vraag: klinkt het open of somber? Zeg hardop “majeur” of “mineur” en controleer op het instrument.

Majeur/mineur onderscheiden door klank
Luister naar de terts. Als de derde toon hoger klinkt, is het vaak majeur. Is die derde toon lager, dan is het mineur.
Test dit dagelijks vijf minuten: speel zeven akkoorden en noteer je antwoord. Corrigeer door de terts een halve toon te verplaatsen als iets wringt.
Progressies horen: I-V-vi-IV, I-IV-V, ii-V-I
Veel hits gebruiken I‑V‑vi‑IV of I‑IV‑V; jazz werkt vaak met ii‑V‑I. Zing of tel de graden: “1-5-6-4” om de volgorde te onthouden.
- Meezing met cijfers versterkt geheugen voor progressies.
- Let op de baslijn: de laagste toon verraadt vaak de volgende wissel.
- Neurie eerst de melodie, plaats daarna akkoorden waar de harmonische druk verandert.
- Dagelijkse routine: 5 minuten progressies raden en meteen controleren op instrument.
- Noteer terugkerende patronen zodat je ze sneller herkent in nieuwe muziek.
| Doel | Oefening | Duur |
|---|---|---|
| Majeur/mineur herkennen | Terts-check: speel akkoord, verplaats terts een halve toon | 5 min per dag |
| Progressies onthouden | Meezing met cijfers (I-V-vi-IV, I-IV-V, ii-V-I) | 5–10 herhalingen |
| Baslijn lezen | Luister laagste toon en voorspel volgende akkoord | 10 minuten oefenen met songs |
“Start simpel: neuriën, luister naar de terts en controleer snel op je instrument.”
Wil je noten lezen als extra hulp bij melodieherkenning? Bekijk dan onze korte handleiding voor beginners: noten lezen voor beginners.
Praktische handvatten: linkerhand, bastoon en sustainpedaal
Een goed fundament met de linkerhand geeft je spel direct meer stabiliteit. Zet de linkerhand meestal op de grondtoon en houd een ritmisch, stabiel patroon. Dat ondersteunt zang en melodie.
Werk met kleine baspatronen: octaven of kwinten geven meteen stevigheid. Zo beweeg je minder en behoud je controle over de balans.
Probeer verschillende pedaaltechnieken: wissel op de maat (op de slag) of gebruik half-pedal bij snelle akkoorden. Let op: te veel sustain maakt harmonie modderig.
- Linkerhand op de grondtoon als basis en ritme.
- Gebruik octaven of kwinten voor volle bas zonder veel beweging.
- Koppel pedalmomenten aan akkoordwissels voor duidelijke frasering.
Houd je hand ontspannen en de pols recht om spanning te voorkomen. Werk met de metronoom: langzaam opbouwen naar tweehandige coördinatie geeft duurzame vooruitgang.
“Ontspanning, een stabiele bas en bewuste pedaalkeuze maken dat je met minder toetsenbewegingen toch vol klinkt.”
| Element | Praktische tip | Duur |
|---|---|---|
| Basspatroon | Octaven of kwinten | Direct toepasbaar |
| Pedaal | Wisselen op de slag / half-pedal | Oefen 5–10 min |
| Houding | Ontspannen hand, rechte pols | Dagelijks aandacht |
Ritmes en slagpatronen voor akkoorden spelen op piano
Met een paar simpele slagen verander je een saai akkoord in een spannend begeleidingspatroon.
Gebroken akkoorden en arpeggio’s voor variatie
Begin simpel: speel een grondtoon in de linkerhand en breek de drieklank in de rechterhand als 1–3–5. Dat geeft beweging zonder de harmonie te veranderen.
Arpeggio’s kun je zacht starten en het laatste akkoord op de tel laten klinken als accent. Zo creëer je dynamiek en ruimte voor de melodie.
- Basis slag voor ballads: bas op 1, rechterhand akkoord op 2 en 4.
- Mid-tempo pop: ritme 1-&-2-& met subtiele accent op 2.
- Gebroken patroon: speel noten van het akkoord één voor één in een vloeiende stroom.
Neem jezelf op met je telefoon en luister of de timing gelijkmatig is. Match je accentpatronen met drum of metronoom voor strakkere timing.
Herhaal een kort patroon: vier maten rustig, daarna vier maten rijker. Dat bouwt vertrouwen.
Voor concrete voorbeelden en oefeningen bekijk de artikelen over akkoorden op de piano en over gebroken akkoorden spelen.
Stap-voor-stap oefenen: van basisakkoorden naar liedjes spelen
Start stap voor stap: kleine akkoordenroutines maken groot verschil in je spel.
Begin met de set C, F, G, Am, Dm en Em. Deze basisakkoorden komen in veel liedjes voor.
Beginnen en zwarte toetsen toevoegen
Oefen eerst zonder zwarte toetsen. Als wissels vloeiend worden, voeg je kruis- en molakkoorden toe.
Tip: plak kleine stickers op moeilijke toetsen als visuele hulp tijdens de eerste weken.
Wisselen langzaam naar sneller tempo
Gebruik een metronoom: start op 60 bpm en speel vier akkoorden in een lus. Verhoog telkens 5 bpm als de wissels schoon blijven.
Meespelen met bekende nummers
Speel mee met eenvoudige songs om timing en feel te trainen. Kies nummers met dezelfde vier akkoorden voor vertrouwen.
- Dagelijks 10–15 minuten; verhoog tempo pas bij zekerheid.
- Maak een logboek: welke liedjes spelen lukte en waar je vastloopt.
- Oefening: 4-akkoordenlus → metronoom → backing track.
| Oefenstap | Doel | Periode |
|---|---|---|
| Basisakkoorden (C, F, G, Am, Dm, Em) | Vingerzet en klankkennis | 1–2 weken |
| Wisseloefening met metronoom | Souplesse en timing | 2–4 weken |
| Zwarte toetsen toevoegen | Toonsoorten uitbreiden | Na stabiliteit |
| Meespelen met liedjes | Feel en publieksspel | Doorlopend |
“Begin klein, bouw tempo op en houd bij wat werkt; zo speel je sneller echte liedjes.”
Tools en bronnen: akkoordenkaarten, stickers, apps en online lessen
Met de juiste hulpmiddelen maak je oefenen efficiënter en plezieriger. Akkoordenkaarten tonen vingerzetting en ligging in één oogopslag. Ze helpen je snel zien welke toetsen bij een akkoord horen.

Visueel leren met kaarten en toets-stickers
Toets-stickers zijn tijdelijk handig voor snelle oriëntatie op het klavier. Plak ze op lastige noten tijdens de eerste weken.
- Kaarten: tonen vingerzetting, omkeringen en veelgebruikte voicings.
- Stickers: gebruik korte termijn; verwijder ze zodra je meer vertrouwen hebt.
Chordify, leadsheets en online lessen toepassen
Platforms zoals Chordify, Ultimate Guitar en liedboeken leveren veel akkoordenschema’s. Controleer altijd de akkoordsymbolen en pas ze aan als iets niet klopt.
- Voordeel apps: snel schema uit een opname halen.
- Nadeel: soms onnauwkeurige weergave of nette lay-out ontbreekt.
- Online lessen: geven structuur en tonen techniek stap voor stap.
“Zoek een schema, controleer de symbolen en bouw langzaam op met een metronoom.”
| Hulpmiddel | Gebruik | Tip |
|---|---|---|
| Akkoordenkaarten | Visueel vingerzet | Dagelijks 5–10 min |
| Toets-stickers | Oriëntatie | Verwijderen na 2 weken |
| Apps / Leadsheets | Snel schema | Controleer akkoordsymbolen |
Workflow: schema vinden → akkoordsymbolen controleren → langzaam met metronoom opbouwen → opname maken om je voortgang te beoordelen. Combineer video-uitleg met schriftelijke schema’s voor het beste resultaat.
Verder dan basisakkoorden: septiem, sus, verminderde en vermeerderde akkoorden
Met een paar extra tonen geef je akkoorden direct meer kleur en richting. We helpen je keuzes te maken zonder veel theorie. Zo houd je overzicht en speelplezier.
Septiemakkoorden voegen een vierde noot toe. Gebruik een dominant 7 (V7) om naar het I-akkoord te trekken. In pop en jazz markeert dat vaak het einde van een regel.
Sus-akkoorden (sus2 / sus4) geven een open, zwevende klank. Ze werken goed in coupletten of pre-choruses. Ze houden de melodie vrij en vragen geen directe majeur of mineur beslissing.
Verminderd (dim) en vermeerderd (aug) zijn korte doorloopakkoorden. Ze bouwen spanning en leiden naar een volgend akkoord. Gebruik ze spaarzaam; één effect per lied is vaak genoeg.
Praktische checks en toonladderlogica
- Hoor of de extra noot de melodie ondersteunt; zo ja, gebruik het.
- Controleer of een septiem de beweging naar de grondtoon versterkt.
- Vind dim/aug vanuit de toonladder zodat je ze in andere toonsoorten herkent.
- Start met één type verrijking per nummer voor duidelijkheid.
“Voeg kleur toe waar de melodie vraagt om spanning of ruimte.”
| Type | Functie | Tip |
|---|---|---|
| Septiem | Spanning richting akkoord I | V7 in refrein |
| Sus | Open klank, neutraal | Couplet / pre-chorus |
| Dim / Aug | Doorloop, overgang | Kort inzetten, herstel snel |
Transponeren en spelen in andere toonsoorten en toonladders
Door een simpele verschuiving maak je hetzelfde akkoordpatroon bruikbaar in meerdere toonladders. Transponeren verplaatst de progressie naar een andere toon zodat het beter past bij een stem of met andere muzikanten.
Werk systematisch: verschuif alle akkoorden één of meerdere stappen omhoog of omlaag. Gebruik Romeinse cijfers (I, IV, V, vi) om de structuur te bewaren onafhankelijk van de grondtoon.
Oefenpad: speel dezelfde progressie in drie verschillende toonladders achter elkaar. Zo automatiseer je patronen en bouw je vertrouwen op zowel witte als zwarte toetsen.
Tips: gebruik de transpose-functie op een keyboard voor snelle checks. Maar speel zelf zoveel mogelijk; dat versterkt begrip van de toonladder en de manier waarop akkoorden bewegen.
“Transponeren traint je oor en maakt samenspel eenvoudiger — gebruik tools alleen als controle.”
- Kleine modulatie: bereid een brug voor door stapgewijs de grondtoon te verschuiven.
- Akkoorden kunt je makkelijker wisselen met slimme omkeringen in de nieuwe ligging.
- Werk bewust met zwarte toetsen om alle toonsoorten toegankelijk te maken.
| Stap | Actie | Check |
|---|---|---|
| Analyse | Noteer progressie in Romeinse cijfers | Structuur klopt in elke toon |
| Transponeer | Schuif alle akkoorden X stappen | Controleer bereik zanger |
| Oefenen | Speel in 3 toonsoorten achter elkaar | Pedaal, metronoom en ligging aangepast |
Checklist voor spelen in nieuwe toonsoort: bereik van de zanger, akkoordligging en omkeringen, pedaalgebruik en metronoomtempo opnieuw afstemmen.
Veelgemaakte fouten bij akkoorden leren en hoe je ze voorkomt
Foutieve vingerzetting en gespannen handen vertragen vaak je vooruitgang. We geven rustige, directe correcties die snel effect hebben.
Inconsequente vingerzetting en gespannen handhouding
Gebruik altijd dezelfde vingerzetting voor een akkoord. Dat maakt wissels voorspelbaar en sneller.
Voel je spanning? Zet je hand neer, ontspan je pols en haal rustig adem tussen zinnen. Adem helpt spanning weg.
Te snel te moeilijk gaan en eenzijdig oefenen
Veel spelers springen te snel naar varianten. Blijf bij de basisakkoorden tot wissels vloeiend zijn.
Oefen niet één ritme alleen. Wissel tempo, toonsoort en stijl om je flexibiliteit te vergroten.
- Waarom vaste vingers werken: minder denken, meer voelen bij wissels.
- Spanningscheck: adem, schud je hand los en speel langzaam drie tonen.
- Pedaaltip: gebruik pedaal kort bij wissel; voorkom modderige klank.
Fouten analyseren: maak het langzaam, hand per hand. Speel het akkoord, breek het uit en corrigeer de vingerzetting.
| Probleem | Directe correctie | Duur |
|---|---|---|
| Variabele vingers | Markeer vingerzetting en herhaal 5 min | 5–10 dagen |
| Spanning | Ademhaling + polsontspanning | Direct merkbaar |
| Eenzijdig oefenen | Afwisselen ritme/toonsoort | Dagelijks 10–15 min |
“Begin langzaam, houd je hand soepel en bouw variatie in je routine — dat geeft sneller resultaat.”
Oefenschema (kort): 10 min korte sessies per dag: 4 min basisakkoorden, 3 min ritmes, 3 min transponeren. Zo verbeter je consistent en blijf je gemotiveerd.
Conclusie
Met een paar gerichte akkoorden ondersteun je direct zang en melodie. Dat maakt het mogelijk om binnen korte tijd bekende liedjes te begeleiden.
Houd vast aan compacte stappen: kies een set akkoorden, gebruik omkeringen voor vloeiende wissels en luister naar progressies in opnames.
Werk dagelijks kort met metronoom, neem jezelf op en gebruik leadsheets of apps voor bronmateriaal. Zo vergroot je veilig je repertoire en spelgevoel.
Elke week één nieuw akkoord of een nieuwe progressie toevoegen maakt je spel merkbaar rijker. Blijf consistent, experimenteer en geniet van het begeleiden op de piano.
Leer een liedje deze week
Kies je instrument en volg korte video’s. Probeer het vandaag en hoor snel verschil.
Bekijk alle cursussen